China haalt al meer dan tien jaar zand uit de zeebodem om eilanden te vormen – met ingrijpende gevolgen

De Zuid-Chinese Zee wordt vaak genoemd als een van de meest betwiste zeegebieden ter wereld. China heeft in meer dan een decennium een aanzienlijk aantal nieuwe eilanden gevormd in dit gebied. Deze strategische regio is niet alleen belangrijk voor wereldwijde handelsroutes, maar ook voor potentiële olie- en gasvoorraden, wat de inzet van deze strijd vergroot.
Hoe ze nieuwe eilanden maken
China maakt gebruik van grootschalige baggeractiviteiten om kunstmatige eilanden te creëren. Baggerschepen zuigen zand van de zeebodem op en brengen dat zand laag voor laag op koraalriffen aan. Die lagen worden vervolgens verdicht en versterkt met materialen zoals beton, zodat ze beter bestand zijn tegen golven en erosie. Zo zijn koraalriffen omgevormd tot kunstmatige eilanden die duidelijk zichtbaar zijn vanuit de ruimte (bijvoorbeeld op satellietbeelden). Een studie uit 2019 schatte dat tussen medio 2013 en eind 2015 meer dan 15 km² koraalriffen waren omgevormd, voornamelijk door China.
Op die nieuwgevormde eilanden is infrastructuur aangelegd: landingsstroken, havens, stroomvoorzieningssystemen en ontziltingsinstallaties. Radardomes en officiële vlaggen maken duidelijk dat deze gebieden nu onder controle staan van partijen die deze infrastructuur beheren. Dat suggereert dat China niet alleen militaire, maar ook civiele doelen nastreeft met deze ontwikkelingen, wat de situatie nog ingewikkelder maakt.
Milieu en waarnemingen
De gevolgen voor het milieu zijn flink. De bouw en het baggeren verstikken koraalriffen en veroorzaken troebelheid, waardoor grote delen van het water worden aangetast. Deze activiteiten belasten een van de rijkste mariene ecosystemen op aarde nog zwaarder. Ecoticias heeft gerapporteerd dat deze verstoring ook de biodiversiteit in het gebied bedreigt.
Waarom de zee belangrijk is en welke grondstoffen er liggen
Vanuit strategisch oogpunt is de Zuid-Chinese Zee van groot belang. Belangrijke zeehandelsroutes lopen door dit gebied, wat het relevant maakt voor de wereldwijde goederen- en energiehandel, inclusief olie en gas. Er worden aanzienlijke olie- en gasreserves verwacht en er zijn rijke visbestanden, wat de economische aantrekkingskracht van de regio vergroot. Dit draagt bij aan de conflicten tussen de betrokken staten over eigendomsrechten en jurisdictie.
Verschillende landen, waaronder China, Vietnam, de Filipijnen, Maleisië, Brunei en Taiwan, leggen overlappende aanspraken op delen van de Zuid-Chinese Zee. Belangrijke betwiste eilandengroepen zijn de Spratly- en Paracel-eilanden. Het VN-Verdrag inzake het recht van de zee (UNCLOS) biedt een juridisch kader voor deze geschillen, maar de arbitrage-uitspraak van 2016, die belangrijke Chinese aanspraken verwierp, werd door China genegeerd. Dat illustreert hoe ingewikkeld de juridische en geopolitieke situatie is.
Militaire spanningen en geopolitiek
De spanningen nemen toe door de militaire aanwezigheid en de infrastructuur op de kunstmatige eilanden. Dat baart niet alleen buurlanden zorgen, maar ook de internationale gemeenschap. De opbouw van militaire middelen en faciliteiten in een gebied dat eerder open zee was, verandert de dynamiek en vergroot de kans op incidenten.
Deze ontwikkelingen in de Zuid-Chinese Zee raken de geopolitieke stabiliteit en roepen vragen op over de invloed van grootmachten op regionale en internationale handel en veiligheid. Het citaat van een Filipijnse visser, “Ze zeggen dat dit niet langer ons water is,” laat zien hoe deze geopolitieke bewegingen het dagelijks leven van lokale gemeenschappen raken en benadrukt de menselijke kant van deze wereldwijde kwestie.
De Zuid-Chinese Zee blijft dus een brandpunt van internationale spanningen, waarbij strategische belangen, natuurlijke hulpbronnen en geopolitieke aanspraken met elkaar verweven zijn in een complexe dynamiek die nog lange tijd gevolgen kan hebben voor de regionale stabiliteit en de wereldhandel.